banner-driftbui
Status

Driftbuien krijgen; een talent wat mijn peuter tot kunst verheven heeft

driftbuien en peuters. Het liefst in de supermarkt“Het is niet normaal, hoor.”

“En je staat er nog bij te lachen ook! Echt niet normaal.”

“ We hebben de politie gebeld! Ja, we hebben gewoon de politie gebeld voor je.”

[typography font=”verdana” size=”24″ color=”#555555″]”Niet.”[/typography]

 

[typography font=”verdana” size=”24″ color=”#555555″]”Normaal.”[/typography]

Toen liepen ze door. Ik wilde achter ze aan gaan en wat terugzeggen maar dat kon niet omdat ik nog wachtte op mijn krijsende, over de vloer dweilende, dochter. Ik bleef verbijsterd achter.

Ik mompelde tegen de verdwijnende ruggen dat het maar goed was dat het mijn kind was, dan. En niet het hunne.

Ik hád natuurlijk moeten zeggen dat ik nou juist níet zo’n moeder ben die haar kind omkoopt met snoep uit angst voor driftbuien midden het gangpad van ‘s lands bekendste grossier.

Of hen aanbieden dat ze haar voor een nachtje logeren meenamen.

Of gewoon vertellen dat ik écht niet meer onder de indruk ben van de driftbuien van 3.0, simpelweg omdat ze versie 3.0 is. Als 2.0, bij dreigen dat je nu écht doorloopt, zich omdraait, de andere kant uit rent en vlak voor een auto de straat op schiet, houd je je kind voortaan in het oog. Als 1.0 zich met zijn hoofd tot aan blauwe plekken toe bonkt tegen de muur (en ja, voor 1.0 hebben we hulp ingeschakeld) schrik je niet zo snel meer van wat volume en rollen over de tegels.

Die boze mensen hadden gelijk. Ik kon mijn lachen inderdaad niet inhouden bij de genante vertoning. Ik bleef een kleine vijftien meter verderop wachten tot mijn prinses opstond en mee wilde lopen.

Het was de eerste keer dat ik eens de rustig-blijven-wachten-tactiek uitprobeerde. Ik had voor de verandering eens alle tijd en wilde het pedagogisch verantwoord aanpakken. Elk kind heeft recht op wat flinke driftbuien zo af en toe, nietwaar?

De meeste mensen lachten meewarig en met een blik van herkenning en medeleven naar mij. Gelukkig. Een hippe vrouw van in de dertig stapte  met haar telefoon in de hand en nijdig als een spin over 3.0. Kwaad zei ze iets over een idiote vertoning en aanstellerij tegen niemand in het bijzonder. Maar luid genoeg voor mij om te horen.

Een paar opaatjes probeerden mijn dochter aan het lachen te maken. Dat resulteerde in nog meer gegil.

Toen iemand probeerde 3.0 aan de arm op te tillen, greep ik in. Met mijn dochter op schoot, trekkend aan het onderwerp van haar driftbui: een tas die ze twee keer eerder weggegooid had en niet meer mocht vasthouden van mij, zat ik even op een bankje bij te komen van mijn verontwaardiging. Lekker makkelijk, iets roepen en dan snel doorlopen.

De volgende keer pak ik 3.0 gewoon weer onder de arm en been ik zo snel mogelijk die winkel uit. Níet om die stomme mensen. Maar omdat een rustige plek om samen af te koelen beter werkt dan er bij staan en niet toegeven. Tot zo ver mijn misschien toch niet zo verantwoorde poging.